
| 400 meter horden | |||
|---|---|---|---|
| Wereldrecords | |||
| mannen | 46,78 | Kevin Young | |
| vrouwen | 52,34 | Joelia Petsjonkina | |
| Europese records | |||
| mannen | 47,37 | Stéphane Diagana | |
| vrouwen | 52,34 | Joelia Petsjonkina | |
| Nederlandse records | |||
| mannen | 48,44 | Harry Schulting | |
| vrouwen | 54,62 | Ester Goossens | |
| Belgische records | |||
| mannen | 48,91 | Marc Dollendorf | |
| vrouwen | 54,95 | Ann Mercken | |
De 400 m horden is een Olympisch atletiekonderdeel. Op een standaard 400 meter baan in de openlucht is dit de afstand van één compleet rondje in de binnenbaan. De renners blijven de gehele race in hun eigen baan na het starten vanuit de startblokken. De bedoeling is om de 400 meter zo snel mogelijk af te leggen en de 10 horden hierbij te passeren. De eerste horde staat 45 meter na de start, daarna is er een ruimte van 35 meter tussen de opeenvolgende horden. Wanneer een horde met het been stevig geraakt wordt kan de horde voorover vallen, zodat de kans op een blessure bij de atleet niet groot is. Het omvallen van een horde levert geen straftijd of strafpunten op, het aanraken vermindert enkel de snelheid van de atleet.
De beste mannelijke atleten kunnen de 400 m horden afleggen in een tijd rond de 47 seconden (WR: 46,78), wat gelijk staat aan een snelheid van 8,51 meter per seconde of 30,63 kilometer per uur. De beste vrouwelijke atleten kunnen een tijd bereiken van rond de 53 seconden (WR: 52,34), wat gelijk staat aan 7,54 meter per seconde en 27,16 kilometer per uur. Vergeleken met de 400 meter duurt de mannenrace gemiddeld 3 seconden langer en bij de vrouwen 4 seconden langer.
De 400 m horden is een Olympische discipline sinds 1900 en 1984 voor respectievelijk mannen en vrouwen.
Inhoud |
De eerste medailles voor een 400 m hordenrace zijn gegeven in 1860 bij een race in Oxford over een baan van 440 yard (402 meter). Tijdens de wedstrijd moesten de atleten twaalf massieve, meer dan een meter hoge houten horden passeren die op gelijke afstanden geplaatst stonden.
Om de kans op een blessure te verminderen, zijn er in 1895 lichtere horden ontwikkeld, waardoor de atleten de horde beter kunnen wegstoten. Toch werd een atleet tot aan 1935 gediskwalificeerd wanneer er meer dan drie horden werden omgestoten. Een record gold destijds enkel officieel wanneer alle horden waren blijven staan.
Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werd de 400 m horden een Olympisch onderdeel. Doordat in banen werd gelopen waren de wedstrijden virtueel identiek aan elkaar, iedere atleet had op de finish 400 meter afgelegd en het aantal horden was teruggebracht tot tien. De officiële hoogte voor een horde werd vastgelegd op 91,44 cm (36 inch) voor mannen en sinds 1974 76,20 cm (30 inch) voor vrouwen. De horden staan 35 meter uit elkaar, de eerste horde staat 45 meter vanaf de start. Het gedeelte van de laatste horde tot aan de finish heeft een lengte van 40 meter.
De eerste 400 m hordenwedstrijd voor vrouwen stamt uit 1971. De IAAF introduceerde het onderdeel voor vrouwen officieel in 1974. De afstand werd echter niet gelopen tijdens de Wereldkampioenschappen atletiek. De eerste vrouwelijke wereldkampioen werd pas gekroond tijden de Wereldkampioenschappen atletiek in 1983.
De uitdaging van het hordelopen is dat het passeren van de horde zo weinig mogelijk tijdverlies oplevert. Bij de korte hordennummers (110 m voor de mannen en 100 m voor de vrouwen) kan tussen alle horden eenzelfde aantal passen gedaan worden, namelijk drie, maar bij de lange hordennummers is een constant aantal passen meestal onhaalbaar, de invloed van de toenemende vermoeidheid op de paslengte is namelijk groot. Er komt dus de extra uitdaging bij om met zo weinig mogelijk invloed op de loopsnelheid, toch bij elke horde goed uit te komen.
Toplopers maken in het eerste deel van de race 13 (mannen) of 15 (vrouwen) passen tussen de horden. Door vermoeidheid worden de passen normaal gesproken korter, maar de horden blijven op exact dezelfde afstand staan. Wat de lopers doen is gevoelsmatig met steeds iets langere passen gaan lopen, waardoor ze in de praktijk juist precies dezelfde paslengte behouden. Op een gegeven moment gaat dit echter niet langer en moet overgeschakeld worden op een ander aantal passen tussen de horden. Daar komt nog een complicatie aan het licht: de hordenpassage gaat met het ene been meestal een stuk gemakkelijker dan met het andere been, het slechte of 'chocolade'been. Tegenwoordig zijn vrijwel alle toplopers door er veel op te trainen tweebenig, al zullen ze voorkeur voor het goede been blijven houden. Zo kan van 13 op 14 pas overgegaan worden en als ook dat niet meer lukt op 15 pas.
Een enkeling krijgt het voor elkaar om alles in 13-pas ritme te lopen, of 15-pas bij de vrouwen. Maar afhankelijk van de wind, de vorm van de dag en of per ongeluk een horde hard aangeraakt is, kan het ook bij hen voorkomen dat ze aan het eind een pas moeten invoegen. Beenlengte en kracht spelen ook nog een rol en zo moet ieder een eigen ritme ontwikkelen, plus de vaardigheid om het ritme aan te passen aan de omstandigheden. Bij een man komt er dan bijvoorbeeld uit dat tot en met horde zes 13 pas gekozen wordt, dan tweemaal 14 (dat wil zeggen één passage met het verkeerde been) en vervolgens 15. Bij de vrouwen zou het telkens twee passen meer zijn. De kunst is om al lang voor de horde te zien aankomen welke correcties op de paslengte nodig zijn en wanneer er passen ingevoegd zouden moeten worden. Sommige hordelopers vinden het prettig dat onderweg nadenken over deze kwesties afleidt van de hevige vermoeidheid waardoor de 400m gekenmerkt wordt.
Meest opvallende nieuweling: Glenn Davis (USA), die zijn eerste wedstrijd liep in april 1956 in 54,4. Twee maanden later liep hij een nieuw wereldrecord met 49,5 en later dat jaar won hij de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen. Ook was hij de eerste die dat kon herhalen, hij deed dat in 1960.
Atleet die geschiedenis schreef op de 400 m horden: De Amerikaan Edwin Moses won 122 wedstrijden onafgebroken tussen 1977 en 1987 plus twee gouden medailles op de Olympische Zomerspelen 1976 en op de Olympische Zomerspelen 1984. De boycot van de Olympische Spelen in 1980 zorgden ervoor dat hij geen hattrick kon behalen, maar zijn carrière wordt wereldwijd als een fenomeen beschouwd. Hij hield het wereldrecord sinds hij het zelf had gezet in 1976 zijn hele sportleven, totdat het tijdens de Olympische Zomerspelen 1992 in Barcelona werd gebroken.
| Jaar | Goud | Zilver | Brons |
|---|---|---|---|
| 1900 | John Tewksbury (USA) | Henri Tauzin (FRA) | George Orton (CAN) |
| 1904 | Harry Hillman (USA) | Frank Waller (USA) | George Poage (USA) |
| 1908 | Charles Bacon (USA) | Harry Hillman (USA) | Jimmy Tremeer (GBR) |
| 1920 | Frank Loomis (USA) | John Norton (USA) | August Desch (USA) |
| 1924 | Morgan Taylor (USA) | Erik Wilén (FIN) | Ivan Riley (USA) |
| 1928 | David Burghley (GBR) | Frank Cuhel (USA) | Morgan Taylor (USA) |
| 1932 | Bob Tisdall (IRL) | Glenn Hardin (USA) | Morgan Taylor (USA) |
| 1936 | Glenn Hardin (USA) | John Loaring (CAN) | Miguel White (PHI) |
| 1948 | Roy Cochran (USA) | Duncan White (CEY) | Rune Larsson (SWE) |
| 1952 | Charles Moore (USA) | Juri Litujew (USSR) | John Holland (NZL) |
| 1956 | Glenn Davis (USA) | Eddie Southern (USA) | Josh Culbreath (USA) |
| 1960 | Glenn Davis (USA) | Clifton Cushman (USA) | Richard Howard (USA) |
| 1964 | Rex Cawley (USA) | John Cooper (GBR) | Salvatore Morale (ITA) |
| 1968 | David Hemery (GBR) | Gerhard Hennige (GER) | John Sherwood (GBR) |
| 1972 | John Akii-Bua (UGA) | Ralph Mann (USA) | David Hemery (GBR) |
| 1976 | Edwin Moses (USA) | Michael Shine (USA) | Yevgeni Gavrilenko (USSR) |
| 1980 | Volker Beck (GER) | Wassili Archipenko (USSR) | Gary Oakes (GBR) |
| 1984 | Edwin Moses (USA) | Danny Harris (USA) | Harald Schmid (FRG) |
| 1988 | André Phillips (USA) | Amadou Dia Ba (SEN) | Edwin Moses (USA) |
| 1992 | Kevin Young (USA) | Winthrop Graham (JAM) | Kriss Akabusi (GBR) |
| 1996 | Derrick Adkins (USA) | Samuel Matete (ZAM) | Calvin Davis (USA) |
| 2000 | Angelo Taylor (USA) | Hadi Al Somayli (KSA) | Llewellyn Herbert (RSA) |
| 2004 | Félix Sánchez (DOM) | Danny McFarlane (JAM) | Naman Keïta (FRA) |
| Jaar | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1984 | Nawal El Moutawakel | Judi Brown | Cristeana Cojocaru | |||
| 1988 | Debbie Flintoff-King | Tatjana Ledovskaja | Ellen Fiedler | |||
| 1992 | Sally Gunnell | Sandra Farmer-Patrick | Janeene Vickers | |||
| 1996 | Deon Hemmings | Kim Batten | Tonja Buford-Bailey | |||
| 2000 | Irina Privalova | Deon Hemmings | Nezha Bidouane | |||
| 2004 | Fani Halkia | Ionela Tirlea-Manolache | Tetiana Terestschuk-Antipowa | |||
| Jaar | Goud | Zilver | Brons |
|---|---|---|---|
| 1983 | Edwin Moses (USA) | Harald Schmid (FRG) | Alexander Karlow (USSR) |
| 1987 | Edwin Moses (USA) | Danny Harris (USA) | Harald Schmid (FRG) |
| 1991 | Samuel Matete (ZAM) | Winthrop Graham (JAM) | Kriss Akabusi (GBR) |
| 1993 | Kevin Young (USA) | Samuel Matete (ZAM) | Winthrop Graham (JAM) |
| 1995 | Derrick Adkins (USA) | Samuel Matete (ZAM) | Stéphane Diagana (FRA) |
| 1997 | Stéphane Diagana (FRA) | Llewellyn Herbert (RSA) | Bryan Bronson (USA) |
| 1999 | Fabrizio Mori (ITA) | Stéphane Diagana (FRA) | Marcel Schelbert (CH) |
| 2001 | Félix Sánchez (DOM) | Fabrizio Mori (ITA) | Dai Tamesue (JPN) |
| 2003 | Félix Sánchez (DOM) | Joey Woody (USA) | Periklís Iakovákis (GRE) |
| 2005 | Bershawn Jackson (USA) | James Carter (USA) | Dai Tamesue (JPN) |
| Jaar | Goud | Zilver | Brons |
|---|---|---|---|
| 1980 | Bärbel Broschat (DDR) | Ellen Fiedler (DDR) | Petra Pfaff (DDR) |
| 1983 | Jekaterina Fesenko (USSR) | Anna Ambrosiene (USSR) | Ellen Fiedler (DDR) |
| 1987 | Sabine Busch (DDR) | Debbie Flintoff-King (AUS) | Cornelia Ullrich (DDR) |
| 1991 | Tatjana Ledowskaja (USSR) | Sally Gunnell (GBR) | Janeene Vickers (USA) |
| 1993 | Sally Gunnell (GBR) | Sandra Farmer-Patrick (USA) | Margarita Ponomarjowa (RUS) |
| 1995 | Kim Batten (USA) | Tonya Buford (USA) | Deon Hemmings (JAM) |
| 1997 | Nezha Bidouane (MAR) | Deon Hemmings (JAM) | Kim Batten (USA) |
| 1999 | Daimi Pernia (CUB) | Nezha Bidouane (MAR) | Deon Hemmings (JAM) |
| 2001 | Nezha Bidouane (MAR) | Joelia Petsjonkina (RUS) | Daimi Pernia (CUB) |
| 2003 | Jana Pittman (AUS) | Sandra Glover (USA) | Joelia Petsjonkina (RUS) |
| 2005 | Joelia Petsjonkina (RUS) | Lashinda Demus (USA) | Sandra Glover (USA) |
| Tijd | Atleet | Land | Datum | Locatie |
|---|---|---|---|---|
| 52,34 | Joelia Petsjonkina | 8 augustus 2003 | Toela | |
| 52,61 | Kim Batten | 11 augustus 1995 | Göteborg | |
| 52,74 | Sally Gunnell | 19 augustus 1993 | Stuttgart | |
| 52,94 | Marina Stepanowa | 19 september 1986 | Tasjkent | |
| 53,32 | Marina Stepanowa | 30 augustus 1986 | Stuttgart | |
| 53,55 | Sabine Busch | 22 september 1985 | Berlijn | |
| 53,58 | Margarita Ponomarewa | 22 juni 1984 | Kiev | |
| 54,02 | Anna Ambrosiene | 11 juni 1983 | Moskou | |
| 54,28 | Karin Roßley | 17 mei 1980 | Jena | |
| 54,78 | Marina Makejewa | 27 juli 1979 | Moskou | |
| 54,89 | Tatjana Zelenzowa | 2 september 1978 | Praag | |
| 55,31 | Tatjana Zelenzowa | 19 augustus 1978 | Podolsk | |
| 55,44 | Krystyna Kacperczyk | 18 augustus 1978 | Berlijn | |
| 55,63 | Karin Roßley | 13 augustus 1977 | Helsinki | |
| 55,74 | Tatjana Storoshewa | 26 juni 1977 | Chemnitz | |
| 56,51 | Krystyna Kacperczyk | 13 juli 1974 | Augsburg |
| Olympisch kampioen | |
|---|---|
|
Atletiek: 400m horden vrouwen
1984 Nawal El Moutawakel · 1988 Debbie Flintoff-King · 1992 Sally Gunnell · 1996 Deon Hemmings · 2000 Irina Privalova · 2004 Faní Chalkiá · 2008 Melaine Walker Atletiek: 400m horden mannen
1900 John Tewksbury · 1904 Harry Hillman · 1908 Charles Bacon · 1920 Frank Loomis · 1924 Morgan Taylor · 1928 David Burghley · 1932 Bob Tisdall · 1936 Glenn Hardin · 1948 Roy Cochran · 1952 Charles Moore · 1956 Glenn Davis · 1960 Glenn Davis · 1964 Rex Cawley · 1968 David Hemery · 1972 John Akii-Bua · 1976 Edwin Moses · 1980 Volker Beck · 1984 Edwin Moses · 1988 André Phillips · 1992 Kevin Young · 1996 Derrick Adkins · 2000 Angelo Taylor · 2004 Félix Sánchez · 2008 Angelo Taylor |
|
| Wereldkampioen |
|---|
|
Atletiek: 400 meter horden vrouwen
1983 Bärbel Broschat · 1987 Yekaterina Fesenko · 1991 Tatjana Ledovskaja · 1993 Sally Gunnell · 1995 Kim Batten · 1997 Nezha Bidouane · 1999 Daimí Pernía · 2001 Nezha Bidouane · 2003 Jana Pittman · 2005 Joelia Petsjonkina · 2007 Jana Rawlinson Atletiek: 400 meter horden mannen
1983 Edwin Moses · 1987 Edwin Moses · 1991 Samuel Matete · 1993 Kevin Young · 1995 Derrick Adkins · 1997 Stéphane Diagana · 1999 Fabrizio Mori · 2001 Félix Sánchez · 2003 Félix Sánchez · 2005 Bershawn Jackson · 2007 Kerron Clement |
| Atletiek | |||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||||||||||||||||
Why are we here?
All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License
This page is cache of Wikipedia. History