Anjerrevolutie


Free Web Hosting with Website Builder
Gedenkteken van de revolutie in Coruche.

De Anjerrevolutie (Portugees: Revolução dos Cravos) is de bijna geweldloze militaire staatsgreep die op 25 april 1974 in Portugal plaatsvond. Deze linkse opstand maakte een eind aan het bewind van Marcello Caetano, opvolger van António de Oliveira Salazar, reeds sinds 1926 aan de macht na een staatsgreep. De Anjerrevolutie maakte een eind aan het ruim 40 jaar met militair geweld verdedigen van koloniale belangen in Afrika en Azië. Het door het fascisme geïnspireerde autoritair bewind, waartegen vanuit verschillende geledingen van een steeds verder verarmend land oppositie was gevoerd, werd gedwongen zijn machtspositie op te geven.

Ondanks herhaalde radio-oproepen van de rebellen om binnen te blijven, kwamen duizenden Portugezen op straat om op te stappen met de opstandige militairen. Er volgde een parlementaire democratie na een overgangsperiode van ruim een jaar, in Portugal bekend als "Processo Revolucionário Em Curso" ('Revolutionair Overgangsproces'), gekenmerkt door sociale verwarring en machtsstrijd tussen politiek rechts en links.

Inhoud

Aanleiding

Door niet aflatende koloniale oorlogen in Mozambique, Guinee-Bissau en Angola (sinds 1961) was Portugal in het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw verder verarmd tot een van de armste landen van Europa. Duizenden Portugese burgers moesten op zoek naar een betere toekomst in Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Luxemburg, vele jonge mannen ontsnapten zo aan een -lange en gevaarlijke- legerdienst in Afrika. Door hoge werkloosheid en armoede heerste er een enorme onvrede in het land en werd de roep om democratie steeds groter. Zelfs de beruchte geheime politie DGS (Direcção Geral de Segurança), de vroegere PIDE (Polícia Internacional e de Defesa do Estado), die tegenstanders van het regime vervolgde, opsloot of vermoordde, kon deze ontwikkeling niet meer de baas.

Hervormingen

Caetano voerde daarop een aantal minimale hervormingen door: de vrijheid van meningsuiting werd bij wet geregeld en de Portugese Socialistische Partij kreeg het recht om aan verkiezingen deel te nemen. Er waren wel voorwaarden aan deze deelname verbonden: alle partijpropaganda moest eerst worden voorgelegd aan de censuur en na de verkiezingen moesten de afdelingen van de partij die zich met propaganda bezig hielden worden ontbonden. De leider van de socialisten, Mário Soares, die sinds 1970 als balling in het buitenland verbleef, bleef de toegang tot het land ontzegd. De eenheidspartij van Caetano, Acção Nacional Popular, had als enige toegang tot radio en televisie. Bij de Portugese verkiezingen van 1969 en 1973 konden de socialisten dan ook geen enkel succes boeken.

MFA

In het leger ontstond een ondergrondse beweging van met name Kapiteins, de Beweging van de Strijdkrachten (Movimento das Forças Armadas of MFA). De MFA was aanvankelijk een reactie van lagere officieren op het voorstel om dienstplichtigen versneld (slechts een jaar opleiding in plaats van vier) te laten doorstromen naar een loopbaan als beroepsofficier. De MFA evolueerde echter al snel naar een politieke beweging, die uit was op het omverwerpen van de regering Caetano, het stoppen van de koloniale oorlogen en de invoering van de democratie. De contacten met de politieke oppositie werden om veiligheidsredenen beperkt gehouden.

Voorspel

Generaal António de Spínola, van 1968 tot 1972 bevelhebber in Portugees Guinee of Guinee-Bissau en sinds 17 februari 1974 plaatsvervangend stafchef van de generale staf, werd op 14 maart 1974 omwille van de publicatie (in februari) van zijn boek "Portugal e o Futuro" ('Portugal en de toekomst') ontslagen. Zijn boek stelde dat er iets fundamenteel moest veranderen aan de Portugese politiek jegens Afrika en de Afrikanen. Ook stafchef Francisco da Costa Gomes werd ontslagen. In 1972 was generaal de Spinola reeds als presidentskandidaat naar voren geschoven door de liberale factie binnen de corporatistische staatspartij (ANP), maar de zetelende president Américo Thomaz wilde toen geen stap terug zetten.

Staatsgreep

Op 24 april 1974 om 22.00 uur begeeft de leider van de MFA, majoor Otelo Saraiva de Carvalho, zich met enkele andere officieren naar de kazerne van het eerste regiment genie (RE1) te Pontinho, een voorstadje van Lissabon. Daar is enkele dagen ervoor een geheim hoofdkwartier geïnstalleerd van waaruit de staatsgreep gecoördineerd zou worden. De coupplegers beschikken er ook over een daags daarvoor speciaal geïnstalleerde verbinding met de EPTm (Escola Prática de Transmissões). Dankzij deze verbinding en de medewerking van de commandant worden hier de radio- en telefoonverbindingen van het ministerie van defensie, de generale staf, GNR (Guarda Nacional Republicana), PSP (Polícia de Segurança Pública), DGS (Direcção-Geral de Segurança) en LP (Legião Portuguesa) afgeluisterd.

Die avond om 22.55u zendt het radiostation Emissores Associados de Lisboa het lied "E Depois do Adeus" ('Sinds het Afscheid') van Paulo de Carvalho uit, waarmee Portugal een paar weken eerder, op 6 april 1974, deelgenomen heeft aan het Eurovisie Songfestival en laatste was geëindigd. Deze zender heeft slechts een bereik van 100-150 km rond Lissabon, maar geeft het afgesproken signaal voor de opstandige kapiteins en soldaten om posities in te nemen. Even later, op 25 april om 00.20u, bevestigt uitzending van het verboden lied "Grândola, Vila Morena" ('Grândola, bruine stad') van de progressieve zanger Zeca Afonso dat de operaties kunnen beginnen en de strategische punten in heel het land moeten worden bezet. Hiervoor maken de coupplegers gebruik van het landelijke radiostation Rádio Clube Português. Andere militaire onderdelen sluiten zich in de loop van de volgende uren bij de opstand aan. Om 05.30u wordt op dezelfde zender een communiqué van de MFA omgeroepen. Dit alles gebeurt zonder dat een schot is gelost.

Caetano zoekt een schuilplaats in het kantoor van de militaire politie in de Largo do Carmo in Lissabon, dat later omsingeld wordt door de MFA. Daar wordt hij onder druk gezet om de macht over te dragen aan Generaal de Spínola, die zich inmiddels aan de zijde van de MFA geschaard heeft. Zowel Eerste Minister Caetano als President Américo Tomás met andere ministers vertrekken naar Madeira en gaan daarna in ballingschap naar Brazilië. De eerste blijft er voor de rest van zijn leven, hij sterft in 1980, de laatste keert in 1980 naar Portugal terug.

Monument '24 April 1974' van Bartolomeu dos Santos, met de muziek van Zeca Afonso, in Grândola.

Tijdens de revolutie vallen 4 doden in Lissabon, wanneer leden van de politieke politie PIDE op een groep mensen aan de poort van hun kantoor schieten. Als mensen in de straten naar de opstandige soldaten toestappen, begint iemand rode anjers uit te delen aan de militairen, die ze in de loop van hun geweer steken. Zo zou de Anjerrevolutie aan zijn naam zijn gekomen, maar er bestaan meer versies, een andere is dat een soldaat een bloemenhandelaar opmerkt, met bloemen op weg naar de opening van een hotel. Hij steekt daarvan een rode anjer voorop in zijn wapen, waarop collega's zijn voorbeeld volgden.

Naar parlementaire democratie en EU

De gebeurtenissen in Portugal werden aandachtig gevolgd vanuit buurland Spanje, waar regime en oppositie zich opmaken voor de opvolging van Caudillo Francisco Franco, die na een ziekbed -een jaar later- in november 1975 zou overlijden.

Na de militaire coup brak voor Portugal een turbulente periode aan, bekend als het Revolutionair Overgangsproces ('Processo Revolucionário em Curso' of 'PREC') die duurde tot 25 november 1975, gekenmerkt door voortdurende confrontaties tussen rechtse en linkse politieke krachten. De eerste vrije verkiezingen vonden plaats op 25 april 1975, waarna een nieuwe grondwet werd opgesteld ter vervanging van de oude uit 1933. In 1976 brachten nieuwe verkiezingen de eerste regering volgens de nieuwe grondwet aan de macht, geleid door Mário Soares.

De Anjerrevolutie maakte de weg vrij voor een snelle dekolonisatie van Mozambique, Angola, Guinee-Bissau en Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en -24 jaar en 100.000 doden later- uiteindelijk ook voor Oost-Timor.

Op economisch gebied zette de Anjerrevolutie, na moeilijke en verwarrende jaren 70, Portugal op weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie in 1986, tegelijk met buurland Spanje. Voorbeeld is de landbouw: kleinschalig en vaak armoedig in het noorden, meestal extensief gebruikt grootgrondbezit in zuiden van het land. De illegale bezetting van dergelijk vruchtbaar land in Alentejo, vlak na de Anjerrevolutie, werd teruggedraaid, betekende daarmee de ondergang van bijna alle coöperatieve landbouwbedrijven, gevormd door en voor landbouwarbeiders en geleid door linkse bestuurders. Het land in het zuiden wordt tegenwoordig op moderne -intensieve- wijze in cultuur gebracht, voor veeteelt en gewassen. Ook in het noorden zijn er steeds meer grote -commerciële- landbouwbedrijven.

Externe links

Beeld van de situatie in Portugal voor 25 april 1974, beschreven door Michiel Wimmers in zijn doctoraalscriptie







Why are we here?
All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License
This page is cache of Wikipedia. History