
|
|||||
|
|||||
| Kaart | |||||
|
(1957-1990) |
|||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Oost-Berlijn | ||||
| Oppervlakte | 108.178 km² | ||||
| Bevolking | 17 miljoen (1989) | ||||
| Talen | Duits | ||||
| Religie(s) | De jure: Atheïsme De facto: Protestant, Katholiek |
||||
| Nat. feestdag | 7 oktober (Dag van de Republiek) | ||||
| Volkslied | Auferstanden aus Ruinen | ||||
| Munteenheid | Mark der DDR | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Volksrepubliek | ||||
| Staatshoofd | Voorzitter van de Staatsraad | ||||
| Geschiedenis | |||||
| - Ontstaan DDR | 7 oktober 1949 | ||||
| - Duitse Hereniging | 3 oktober 1990 | ||||
| Geschiedenis van Duitsland |
|
Germanen Middeleeuwen Vorming van een natie Het Duitse Rijk
Groot-Duitse Rijk (1943-1945) Het na-oorlogse Duitsland
Het hedendaagse Duitsland |
De Duitse Democratische Republiek (DDR), vaak kortweg Oost-Duitsland genoemd, was een land in Europa. De DDR ontstond op 7 oktober 1949 met het van kracht worden van de grondwet, ruim vier maanden na de Bondsrepubliek Duitsland van West-Duitsland. Door de stichting van deze twee staten was de tweedeling van het naoorlogse Duitsland een feit. De DDR hield op 3 oktober 1990 op te bestaan, toen het grondgebied deel ging uitmaken van de Bondsrepubliek.
Inhoud |
Strikt genomen valt de periode 1945-1949 niet onder de geschiedenis van de Duitse Democratische Republiek (DDR), omdat de DDR toen nog niet was opgericht. Deze periode is apart beschreven bij de Sovjet-bezettingszone (SBZ). De ontwikkelingen in de SBZ zijn echter bepalend geweest voor het ontstaan van de DDR.
Na de Duitse capitulatie van 9 mei 1945, werd er door 'De Grote Vier' in Potsdam, een voorstad van Berlijn, besloten dat Duitsland in vier zones moesten worden verdeeld: een Amerikaanse zone, een Britse zone, een Franse zone en een Sovjet-Russische zone. De voornaamste reden voor deze opdeling in vier bezettingszones was het voorkomen dat Duitsland opnieuw als (militaire) macht zou herrijzen.
De Sovjet-Russische zone kwam net als de andere zones onder leiding te staan van een militaire bevelhebber. Al snel lieten de Russen toe dat het politieke leven zich hervatte. Er werden verscheidene partijen opgericht, waaronder een CDU (christendemocraten), een LDP (liberaal-democraten), een SPD (sociaaldemocraten) en een communistische partij, de KPD. De KPD bestond al voor de Tweede Wereldoorlog, maar was na de machtsovername van Hitler in 1933 verboden. De communisten werden daarna meedogenloos vervolgd. Een aantal communistische leiders week uit naar het buitenland. Onder hen was Walter Ulbricht, die na de oorlog naar Duitsland terugkeerde. Ulbricht en de zijnen richtten na de terugkeer met Russische hulp de KPD op. De Russen steunden vanaf het begin de KPD, maar de verkiezingen die in de Sovjet-Russische zone werden gehouden in de loop van 1945, verliepen ongunstig voor de communisten, terwijl de sociaaldemocratische SPD het juist heel goed deed. De Russen wilden dat de communisten aan de macht kwamen en besloten over te gaan op een andere tactiek.
De DDR was officieel een "socialistische" staat, geregeerd onder leiding van de communistische partij Socialistische Eenheidspartij van Duitsland. De SED kwam tot stand na een gedwongen fusie tussen de SPD (Sociaaldemocratische Partij van Duitsland) en de KPD (Communistische Partij van Duitsland). De SED werd bestuurd door een centraal comité en een politbureau. Andere politieke partijen waren toegestaan, maar hadden geen werkelijke macht.
In 1945 mochten, naast de KPD, behalve de SPD ook de CDU (Christlich Demokratische Union Deutschlands) en de LDPD (Liberaldemokratische Partei Deutschlands) opgericht worden. Na het verbod van de SPD (via de gedwongen fusie in 1946) werden CDU en LDPD ertoe gedwongen, de politiek van de SED te steunen. Verder richtte de SED twee andere partijen op, die haar moesten steunen, namelijk de DBD (Demokratische Bauernpartei Deutschlands) en de NDPD (Nationaldemokratische Partei Deutschlands). Al deze partijen waren samen met de SED en de andere massaorganisaties (vakbond, vrouwenbond, Freie Deutsche Jugend, Kulturbund) verenigd in het Nationale Front.
Het hoogste orgaan van de staat was de Volkskammer (volksvertegenwoordiging). De SED had 127 zetels in de Volkskammer, de overige partijen ieder 52 zetels. Het ambt van staatshoofd werd vanaf de oprichting van de DDR in 1949 tot 1960 vervuld door een president, Wilhelm Pieck. Na zijn dood fungeerde de voorzitter van de Staatsraad als staatshoofd. In april 1990 - na de eerste democratische verkiezingen (Volkskammerwahl) - werd de Staatsraad afgeschaft en de functie van president in ere hersteld. Een president werd niet meer gekozen; de taken van het staatshoofd werden tot 3 oktober 1990 waargenomen door de voorzitter van de Volkskammer. De ministerraad, voorgezeten door een minister-president, was de uitvoerende raad van de Volkskammer en de Staatsraad.
De DDR is tijdens zijn bestaan vrijwel onwankelbaar trouw geweest aan de Sovjet-Unie, wellicht mede omdat de staat niet alleen zijn ideologische karakter, maar ook zijn zelfstandige bestaan dankte aan steun van de Sovjet-Unie. Massaal gewapend ingrijpen, zoals in Hongarije en Tsjechoslowakije, of dreigen daarmee, zoals in Polen, is nooit nodig geweest. Wel greep het Rode Leger hard in tijdens de Berlijnse opstand van 1953. De vriendschap tussen de DDR en de Sovjet-Unie werd dan ook standaard als 'eeuwig en onverbrekelijk' omschreven. Toen Walter Ulbricht rond 1971 een iets onafhankelijker koers ging varen, kon die zonder moeite vervangen worden door Erich Honecker. Pas toen Sovjet-leider Michail Gorbatsjov met zijn glasnost en perestrojka zelf probeerde het Sovjet-communisme te hervormen, wenste het DDR-regime daarin niet mee te gaan. Toen bleek echter hoezeer de tijden veranderd waren. Gorbatsjov liet in 1989 met zoveel woorden weten dat ze het zelf maar moesten uitzoeken.
De DDR beschouwde zichzelf als de eerste "boeren- en arbeidersstaat op Duitse bodem". Deze staat heeft echter altijd meer dan enige andere communistische staat te kampen gehad met de verlokkingen die de eigen bevolking waarnam in het kapitalistische westen. Niet alleen was er geen natuurlijke grens met de Bondsrepubliek, ook de West-Duitse media waren vrijwel overal goed te ontvangen, en natuurlijk zonder taalbarrière. In de Bondsrepubliek voltrok zich het naoorlogse Wirtschaftswunder, waarmee het zelfs veel andere West-Europese landen in de schaduw stelde. De DDR-bevolking kon zelf waarnemen dat zowel de materiële welvaart als de mensenrechten aan de andere kant van de Duits-Duitse grens op een veel hoger peil stonden. Bovendien beschouwde West-Duitsland migranten vanuit de DDR niet als buitenlanders, maar als Duitsers, die meteen een paspoort konden krijgen. Een en ander dreigde tot grootscheepse ontvolking van de DDR te leiden, zodat aan de Duits-Duitse grens en tussen Oost- en West-Berlijn draconische maatregelen moesten worden genomen om de eigen bevolking te weerhouden van Republikflucht, zoals het in het DDR-strafrecht werd omschreven. Vanaf augustus 1961 werd de Berlijnse Muur gebouwd en steeds verder geperfectioneerd. De muur werd officieel omschreven als antifascistische beschermingswal tegen het kapitalistische Westen. Er werd een zichtbaar IJzeren Gordijn neergelaten langs de Duits-Duitse grens, bestaande uit prikkeldraad, mijnenvelden en automatische schietinstallaties (Selbstschussanlage; de SM-70). Het genadeloos doodschieten van vluchtelingen aan de Berlijnse Muur (ongeveer 200 doden) en elders aan de Duits-Duitse grens bezorgde de DDR een slecht imago. Het opheffen van de reisbeperkingen voor de eigen bevolking in 1989 luidde het einde in van de DDR.
De eerste paar jaar van haar bestaan was de DDR een federale staat, met de deelstaten Mecklenburg, Saksen-Anhalt, Brandenburg, Thüringen en Saksen. In 1952 werd deze structuur afgeschaft en vervangen door 15 districten (Duits 'Bezirke'), die tot 1990 zouden blijven bestaan. Deze districten waren genoemd naar hun belangrijkste stad.
De grootste kerk was de Luthers-Evangelische Kerk. Godsdienstvrijheid werd door de grondwet gegarandeerd, maar er waren voortdurende spanningen tussen kerk en staat. De kerk was het bolwerk van volksverzet tegen het regime. De Lutherse kerken werden nauw gevolgd door de geheime diensten. De Rooms-katholieke Kerk was meermaals het object van vervolging. Vanwege de Communistische staatsideologie werd op scholen het atheïsme gepropageerd, waardoor de voormalige DDR nog altijd het meest a-religieuze gebied van Duitsland is.
De economie van de DDR was in vergelijking tot andere communistische landen redelijk goed. Maar sinds het einde van de jaren '70 kreeg het land te kampen met een steeds slechter wordende economie. De modernisering en integratie van deze Oost-Duitse economie zijn heden ten dage nog steeds een kostbaar langetermijnprobleem: jaarlijks wordt voor zo'n 70 miljard dollar aan financiële steun van het westen naar het oosten gesluisd. Maar de groei blijft nog achterwege.
Het klimaat in Oost-Duitsland lijkt sterk op dat van West-Duitsland en Polen. Er heerst een oceanisch-continentaal overgangsklimaat met strenge winters en hete zomers. Het landschap is vrij wisselend: uitgestrekte bossen en middelgebergte wisselen elkaar af. Het milieu is er op sommige plekken sterk vervuild, voornamelijk door de verouderde industrie.
Het leger van de DDR werd in 1956 opgericht onder de naam Nationale Volksarmee (NVA). Tot 1962 was de NVA een vrijwilligersleger. Na invoering van de dienstplicht bestond het uit 170.000 soldaten.
De SED had door haar "Politische Hauptverwaltung" (PHV) en een speciale structuur, haar plaats in het leger gevestigd. Bijna alle officieren waren lid van de SED, evenals de onderofficieren.
Volgens de SED was het leger het machtsinstument van de arbeidersklasse ter bescherming en beveiliging van de socialistische vooruitgang voor aanvallen van Westerse staaten De NVA heeft nooit deelgenomen aan een oorlog, maar is wel enkele malen voor langere tijd in verhoogde staat van paraatheid geweest, zoals in 1961 tijdens de bouw van de Berlijnse Muur, in 1962 tijdens de Cubacrisis, in 1968 bij de inval van Sovjettroepen in Tsjechoslowakije en in de herfst van 1989.
Op 3 oktober 1990 hield de DDR op te bestaan en werd samengevoegd met West-Duitsland, de Bondsrepubliek Duitsland. 3 oktober is de nationale feestdag van Duitsland (Dag van de Duitse Eenheid). West-Duitsland, dat economisch veel sterker was, investeerde honderden miljarden marken om Oost-Duitsland uit het slop te trekken, wat tot nu toe nog steeds niet gelukt is. De werkloosheid in DDR steeg sinds de val van het communisme dramatisch, omdat veel staatsbedrijven naar kapitalistische maatstaven geen bestaansmogelijkheid hadden. Tot nu toe is er te weinig vervangende werkgelegenheid ontstaan. Er heerst over het algemeen grote onvrede over de politiek en de mensen voelen zich in de steek gelaten. De toenmalige bondskanselier Helmut Kohl sprak bij de hereniging wel over de 'wonden van 40 jaar SED-dictatuur, die niet licht geheeld zullen worden', maar stelde ook blühende Landschaften (bloeiende landschapen) in het vooruitzicht, en voorspelde dat de welvaart van de nieuwe deelstaten binnen één jaar op het niveau van de Westelijke deelstaten zouden zijn. Dat laatste bleek dus tegen te vallen.
De onvrede verklaart ook de tendens dat veel mensen in de nieuwe bondsstaten bij de verkiezingen in september 2005 op de extreem-rechtse NPD of juist de erg linkse, socialistische PDS, de partij die is voortgevloeid uit de SED, hebben gestemd. De PDS haalde een grote zege in de nieuwe deelstaten onder leiding van Gregor Gysi, die in de DDR actief was voor de SED, en Oskar Lafontaine, voormalig partijleider van de sociaaldemocratische SPD in de Bondsrepubliek. Veel onderzoekers denken dat men nog steeds niet kan spreken van één Duits volk. Mensen voelen zich nog steeds Ossi's en Wessi's.
De officiële munteenheid van de DDR was vanaf 1974 de Mark der DDR (afgekort M), in het Westen ook wel 'Ostmark' genoemd. Bezoekers konden de Oost-Duitse mark alleen in Oost-Duitsland kopen en uitgeven, en ze mochten deze niet in- of uitvoeren. De waarde van de Ostmark was officieel gelijk aan die van de West-Duitse mark, alhoewel op de zwarte markt één West-Duitse mark evenveel waard was als drie tot vier Ostmark.
In de aanloop naar de eenwording werd op 1 juli 1990 een monetaire unie van kracht waarin de Mark der DDR als wettig betaalmiddel vervangen werd door de D-Mark (DM) van de Bondsrepubliek. Per persoon kon tot 4000 Oost-Duitse Mark (voor 60-plussers 6000 Mark) tegen een koers van 1: 1 voor D-Marken worden ingewisseld, daarboven tegen 50 procent van de waarde. Later werd de Oost-Duitse Mark waardeloos verklaard. Het muntgeld was tijdens de overgangsperiode binnen het gebied van de DDR geldig, omdat de West-Duitse bank niet genoeg kleingeld tot haar beschikking had.
De inofficiële naam voor de Duitse Democratische Republiek (DDR) was Oost-Duitsland. Deze naam was aanvankelijk afgeleid van de naam Ostsektor, maar kwam vooral tot stand omdat het in buitenlandse ogen het meest oostelijke deel van het na 1945 nog overblijvende Duitse territorium was.
In Duitsland was de aanduiding Oost-Duitsland tot de late jaren '70 dan ook niet gebruikelijk. Met Oost-Duitsland werden en worden in Duitsland zelf eerder de voormalige gebieden van het Duitse Rijk in het oosten aangeduid, die in 1945 door Polen en de Sovjet-Unie werden geannexeerd. Soms werd ook het Sudetenland hierbij ingesloten. Deze gebieden maakten vanaf de Middeleeuwen tot 1945 zowel etnisch, taalkundig als staatskundig deel uit van de Duitse etnie en verschillende Duitse staten.
De Oder-Neissegrens werd als oostelijke grens van Duitsland pas bij de eenwording van Duitsland in 1990 definitief door het verenigde Duitsland erkend. Ook in het tegenwoordige Duitsland spreekt men nog altijd liever van Neue Bundesländer dan van Ostdeutschland als men het over het gebied van de voormalige DDR heeft. Men sprak ten tijde van de Koude Oorlog in West-Duitsland ook wel van Drüben (aan de overkant), waarmee men de andere kant van de Berlijnse Muur bedoelde. Verder staan Saksen, Saksen-Anhalt en Thüring zelfs thans nog bekend als Mitteldeutschland (centraal Duitsland), wat zij in 1914 en 1937 ook territoriaal waren.
Er waren verschillende mogelijkheden voor buitenlanders om de DDR, weliswaar met vergaande beperkingen, te bezoeken. Zo was het mogelijk om een visum voor de DDR te kopen, waarmee vooraf vastgestelde bezoeken aan de DDR konden worden gebracht. Ook waren er speciale visa voor met name West-Duitsers in het kader van economisch noodzakelijk dagelijks grensverkeer. Een voorbeeld hiervan is dat een stad als West-Berlijn afhankelijk was van de DDR in verband met afvalverwerking, hetgeen grotendeels in de DDR gebeurde.
De meeste 'bezoeken' aan de DDR bestonden voor buitenlanders echter uit het passeren van een van de Transitstrecken, bijvoorbeeld tussen Helmstedt en Berlijn. Het verlaten van de Transitstrecke was niet toegestaan, en onderbreken van de reis mocht alleen bij speciale punten.
De tweede relatief eenvoudige mogelijkheid was een bezoek aan Oost-Berlijn vanuit West-Berlijn. Buitenlanders konden de grens passeren bij Checkpoint Charlie en met de S-Bahn bij Bahnhof Friedrichstraße. Men was verplicht 25 West-Duitse Marken om te wisselen in 25 Oost-Duitse Marken. Voor het DDR-regime was dit een verkapte manier om aan harde valuta te komen, aangezien toeristen meestal geld overhielden aan hun bezoek aan Oost-Berlijn en de resterende Ostmarken niet mochten inwisselen of meenemen. Er was overigens niet veel controle op het (illegaal) meenemen van de Ostmarken.
Verder moesten toeristen een dagvisum kopen aan de grens voor 5 West-Duitse Marken. Toeristen waren verplicht voor 24.00u. de stad weer te verlaten. Men mocht met dit visum alleen Oost-Berlijn bezoeken en zich niet buiten de stadsgrenzen begeven. Met beperkingen was het overigens wel mogelijk zich aan te sluiten bij een georganiseerde trip naar Potsdam.
President
President

Zie ook:
| Warschaupact (1955-1991) |
|---|
|
|
Why are we here?
All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License
This page is cache of Wikipedia. History